Aan wie behoort de erfenis van Adolf Hitler toe?
Duitse media duiken er 65 jaar na zijn dood bovenop.

Het is 1948, drie jaar na de zelfmoord van Adolf Hitler.
Het gerecht in München beveelt de inbeslagname van zijn voltallige vermogen.
Al de bezittingen van de dode dictator vallen vanaf dat moment wettelijk toe aan de deelstaat Beieren.
Het gaat onder meer om het gebouwencomplex Obersalzberg en Hitlers bijna 400 vierkante meter tellende privéwoning aan de Prinzregentenplatz 16, middenin het centrum van München.
Het negen kamers tellende appartement op de tweede verdieping functioneerde jarenlang als deel van een politiebureau, maar wordt volgens het tijdschrift Focus tegenwoordig weer verhuurd als woonruimte.

Ook privézaken als Hitlers soldijboekje uit de Eerste Wereldoorlog, zijn wapenvergunning en zijn Oostenrijkse paspoort vervallen aan de Staat.
Deze paperassen werden pas in 1950 in het bezit van Hitlers huishoudster Anny Winter aangetroffen en liggen volgens Der Spiegel in een grijze 40 centimeter lange kartonnen doos in een kluis in de het Beierse staatsarchief in München.

Maar het waardevolste deel van Hitlers erfenis blijven natuurlijk de rechten op zijn boek Mein Kampf.
Ook die horen toe aan de deelstaat Beieren, die zijn handen vol heeft aan wereldwijd onderzoek naar eventuele schendingen van het auteursrecht.
Dit duurt in ieder geval nog tot 2015, omdat de rechten pas 70 jaar na de dood van de auteur vervallen.

Intussen beweert de Duitse historicus Werner Maser dat Peter Raubal, een zoon van Hitlers neef, eigenlijk de wettige erfgenaam is.
Hij zou juridisch zeer sterk staan in een copyrightzaak tegen Beieren.

Raubal, een gepensioneerde ingenieur in Oostenrijk, gaf destijds aan dat hij niets met het boek te maken wilde hebben, ondanks het feit dat de rechten op Mein Kampf mogelijk meerdere miljoenen euro’s waard waren.


Bron : De Pers.